Her story


Her Story

Bovenste rij v.l.n.r.
Sofonisba Anguissola, Catharina van Hemessen, Artemisia Gentileschi, Judith Leyster
Onderste rij v.l.n.r.
Anna Dorothea Therbusch-Lisiewska, Elisabeth Vigée-Lebrun,Berthe Morisot, Frida Kahlo

`Michelangelo, Caravaggio, Rodin, Picasso - wie kent ze niet? Anguissola, Gentileschi, Claudel, Goncharova - wie kent ze wel? Samen met veel anderen hebben zij een bijdrage geleverd aan de geschiedenis der kunsten. Vrouwelijke kunstenaars zijn echter vaak in de vergetelheid geraakt of in de schaduw gebleven van ‘de grote meesters’. Immers, de kunstgeschiedenis is hoofdzakelijk gericht op ‘dead white male artists’. Het is nog steeds overduidelijk zijn verhaal (his story) dat de canon van de kunstgeschiedenis bepaalt
In de jaren zestig en zeventig van de 20ste eeuw kwam er vanuit de feministische hoek grote kritiek op deze manier van wetenschap bedrijven. Er werd gezocht naar vrouwelijke kunstenaars en ze werden gevonden. In 1971 onderzocht Linda Nochlin ‘why have there been no great women artists’. Met de nadruk op ‘great’, want inmiddels waren er wel honderden vrouwelijke kunstenaars teruggevonden, maar geen van hen stond op gelijk niveau met ‘de grote meesters’. Talent alleen is dus niet genoeg. Volgens Nochlin heeft dit vooral te maken met de eeuwenlange uitsluiting van vrouwen van het kunstonderwijs en het in stand houden van de heersende beeldvorming en machtsverhoudingen in de kunst. Vandaag de dag is er nog steeds geen sprake van gelijkwaardigheid tussen mannelijke en vrouwelijke kunstenaars. Zolang wij uitsluitend de traditionele canon der (kunst)geschiedenis voorgeschoteld krijgen, blijft de geschiedenis er een van helden en overwinnaars, van oorlogen en rooftochten.’
Tot zover Karin Haanappel op de achterkant van haar meesterlijke boek: ‘Herstory of Art’ (2012).

Vrouwenmusea

De geschetste conservatieve kunstopvatting - waardoor vrouwelijke kunstenaars geen kans kregen en hun kunst onderbelicht bleef - heeft wereldwijd tot het oprichten van meer dan 200 vrouwenmusea geleid. In Nederland nam in 2006 Freda Dröes het initiatief tot het oprichten van het FemArtMuseum.

Freda werd getriggerd door de opening van het Cobramuseum in Amstelveen in 1995. ‘In dat museum hing alleen maar kunst van mannen en niemand die dat opmerkte. Vanuit mijn verleden als universitair docent Vrouwenstudies Theologie was ik gewend te letten op de genderverhoudingen.’ In galeries zag Freda wel prachtige kunstwerken van vrouwen, ze waren er dus wel, maar in de vaste collecties van musea ontbraken deze nagenoeg.

‘Wereldwijd gezien is slechts 4 procent van het werk in musea van vrouwelijke kunstenaars. Ook in Nederland is het bedroevend gesteld. Zelfs in een toonaangevend en modern museum als het Stedelijk Museum in Amsterdam was in de afgelopen twintig jaar minder dan 10 procent van het geëxposeerde werk van vrouwen.’ Er was maar één conclusie mogelijk:

Werk van vrouwelijke kunstenaars wordt gewoon niet aangekocht!

‘Dat zal dus ook voor de volgende generaties weer een probleem worden. Daarom wilde ik een museum oprichten om kunst van vrouwen te verzamelen, ten toon te stellen en vooral over de generaties heen te tillen.’ Tot zover Freda Dröes in 2006.


Het museumgebouw kwam er (nog) niet, wel een doelstelling die nog recht overeind staat: Het FemArtMuseum stelt zich ten doel (verborgen) kwaliteitskunst van vrouwen, uit heden en verleden, te ontsluieren en onder de aandacht te brengen van het grote publiek.